LA CLINIQUE DES CHOCS AND THE RUSSIAN PRINCESS

Ik open mijn blog met een fantastisch verhaal dat door mijn vader is geschreven, een jaar nadat ik geboren ben. De engelse versie van het verhaal is eerder gepubliceerd in Bugantics (1992), het clubblad van de Bugatti Owner’s Club.

Het was ergens mid jaren zeventig toen ik dhr. Wartelle in Noord Frankrijk ontmoette. Hij vertelde me, naast een hoop andere interessante Bugatti zaken, over een Bugatti die in een kelder stond bij een oude dame.

Bij dat bezoek wilde hij me geen verdere details te geven, dus besloot ik het een paar jaar later opnieuw te proberen. Dit keer kreeg ik het volledige verhaal te horen.

Het ging om een type 46 “Petite Royale” cabriolet met een fraai ontworpen carrosserie. De Bugatti stond in de kelder van een gebouw dat ooit een gesticht was voor welgestelde mensen die krankzinnig waren geworden. De overblijfselen van de kliniek waren niets meer dan een ruïne midden in een bos, maar de oude dame woonde er nhttp://crankhandleblog.comog steeds, werd me verteld.

Volgens dhr. Wartelle was het een Franse dame die getrouwd was geweest met een Russische prins, Prins Tartarinoff. Nadat de kliniek zijn deuren had gesloten en haar echtgenoot stierf bleef de dame geïsoleerd achter, zelf ook aangedaan door de waanzin.

Deze plek stond bij de lokale mensen bekend als “La Clinique des Chocs”, wat je doet afvragen wat voor reputatie de kliniek destijds wel niet had.

Dhr. Wartelle gaf niet heel duidelijk aan waar ik moest zijn, maar het moest ergens zuidelijk van Lille, nabij Orchies liggen. In die buurt moest ik een Agfa-Gevaert fabriek zoeken en vanaf daar zou het een paar kilometer verderop moeten zijn. Hij adviseerde me naar “La Princesse Russe” te vragen, want hij meende dat ik dan wel aanwijzingen zou kunnen krijgen over waar deze mysterieuze prinses zich ophield.

Een paar maanden later, toen ik in Brussel woonde, besloot ik de prinses te gaan bezoeken, in de hoop de verborgen Bugatti te vinden. Het regende dat het goot die dag toen ik naar Orchies reed. Met enige moeite lukte het me om de Afga-Gevaert fabriek te lokaliseren, ergens ver in een buitengebied. Van daar uit belandde ik in Pont-a-Marcq. Ik was er niet zeker van of dit het juiste dorp was, dus vroeg ik een dame, die net stokbrood had gehaald bij de lokale bakker of zij toevallig ‘La Princesse Russe’ kende. Haar directe reactie daarop was of ik voor de auto kwam. Hoe dom van me dat ik me niet had gerealiseerd dat deze Bugatti door vele anderen wellicht ook werd gezocht. Het bleek dat haar echtgenoot, een lokale garagehouder, met iemand een paar maanden eerder naar de auto was gaan kijken. De vriendelijke dame gaf me de nodige aanwijzingen die me zouden leiden naar een bos.

In het bos moest ik een pad volgen en dan zou ik na enige tijd een oude poort moeten vinden, die toegang gaf naar het terrein van de kliniek. Het laatste dat de vrouw tegen me zei was “…kijk uit voor de honden!”

Eenmaal aangekomen bij het bos vond ik het pad en volgde dit totdat ik aan het eind in een open veld belandde. Ik was kennelijk de poort al gepasseerd. Rechtsomkeert maken dus en toen zag ik op de terugweg de totaal overwoekerde poort, d.w.z. twee stenen pilaren waarvan het hek al lang was vergaan. Vandaar dat ik hem op de heenweg had gemist. Na enige aarzeling besloot ik door de poort te rijden, alhoewel er eigenlijk geen pad was; alleen gras en onkruid van zo’n halve meter hoog. Zo reed ik steeds dieper het modderige en duistere bos in en het bleef maar hard plenzen. Hopelijk zou ik  niet vast komen te zitten in de modder.

De adrenaline gierde door mijn lijf. Hier was ik dan, alleen en ver van de bewoonde wereld, op weg naar een gestoorde prinses, die woonde in de ruïne van een oude kliniek waar je normaal gesproken werd verwelkomd met een injectie en een dwangbuis. En wie weet ook nog een stel wilde honden die me zeker niet kwispelend zouden begroeten. Ik had het niet zo op wilde honden nadat ik eerder slechte ervaring daarmee had gehad.

Toen, plotseling, doemde er voor mij in het bos een spookachtige ruïne op, bestaande uit verschillende gebouwen met her en der een missende muur. De plek leek totaal opgeslokt door de natuur. Aan mijn rechter zijde zag ik de overblijfselen van een Renault 4 uit begin jaren vijftig. Een boom had zich er een weg door gebaand via het schuifdak. Aan mijn linker zijde stond in één van de vleugels van de ruïne een wrak van een Studebaker Hawk uit midden jaren vijftig.

Hoe kan iemand hier overleven, vroeg ik me af. Er was geen enkel teken van leven, anders dan de natuur die de boel hier duidelijk al lange tijd geleden had overgenomen. Desondanks… op de eerste verdieping, achter een hoop begroeiing, merkte ik op dat er nog ruiten zaten in de deuren die toegang gaven tot een balkon. Daaronder, op de begane grond, kon je zo door de ruimtes van het gebouw heen kijken omdat veel muren waren ingestort. Nadat ik zo een tijdje vanuit mijn auto naar het balkon had zitten turen, kwam ik tot de conclusie dat er geen Bugatti meer in de ruïne aanwezig was. Ik voelde me alles behalve op mijn gemak in deze trieste en ‘unheimische’ omgeving en de voortdurende regen maakte het nog eens extra onplezierig. Ik was ook nog steeds alert op die “wilde honden”.

Ik besloot dat het wel genoeg was geweest. Einde zoektocht en zo snel als mogelijk weer terug naar de bewoonde wereld.

Ik keerde mijn Alfa en toen ik op het punt stond gas te geven was er ineens een harde gil achter mij en de echo ervan ging rond in het uitgestorven bos. Mijn hartslag schoot omhoog. Ik stapte uit en, daar op het balkon stond ze… La Princesse Russe! Dit kon niet waar zijn. Het leek wel een scene uit een Hitchcock-film, maar dit keer maakte ik er zelf deel van uit.

Lang grijs haar viel over haar schouders en ze droeg een lange vieze wittige japon, die haar ooit beter had gestaan. Je kon zien dat ze in haar jongere jaren er goed had uitgezien, maar dat alles was nu vergane glorie, net als de kliniek.

“Wat doet u hier?” vroeg ze. Ik legde haar uit dat ik kwam voor de Bugatti. Ze beweerde dat ze niet veel tijd had aangezien ze bezig was met de één of andere dokter en de Bugatti was toch al “in ander handen overgegaan”.

Het bleek dat ze had besloten voor even uit haar isolement te voorschijn te komen, omdat ze mijn Nederlandse kentekenplaat had gezien. Ze vertelde dat ze een dochter had, die in Parijs woonde, en die een Nederlandse vriend had. Ze dacht dat het wellicht de auto van die vriend was. Aldus praatten we nog een tijdje tot ze zich weer terugtrok in de duisternis van haar ruïne. Van een aanwezige dokter was natuurlijk helemaal een sprake.

De tijd was aangebroken om aan mijn terugreis te beginnen.

Het was een gedenkwaardige ervaring zoals er vele zijn geweest in mijn lange zoektocht naar de nog verborghttp://crankhandleblog.comen Bugattis.

Later, weer terug in Brussel, hoorde ik van iemand die al vele jaren eerder op dezelfde plek was geweest dat het ging om een Type 46, chassis number 46195.

Dezelfde contactpersoon liet mij ook weten dat het bos en de ruïne inmiddels waren omgebouwd tot een vakantieoord en dat er geen spoor meer te bekennen was van het ooit zo bizarre spookbos.

Geschreven door Hans Veenenbos

Advertenties

Een gedachte over “LA CLINIQUE DES CHOCS AND THE RUSSIAN PRINCESS

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s