10 UUR NAAST STIRLING MOSS DEEL 1

In dit verhaal gaan we zestig jaar terug in de tijd, naar de legendarische recordoverwinning van (Sir) Stirling Moss in een Mercedes-Benz 300SLR in de Mille Miglia van 1955. De Mille Miglia is een roemruchte race die van start ging in de oude binnenstad van de Italiaanse stad Brescia, om vervolgens 1000 mijl door Italië te gaan. Tegenwoordig wordt hij door liefhebbers als rally gereden, maar vroeger was het een barre race waarbij binnen de snelste tijd in 1 dag 1000 mijl werd afgelegd over ‘de Italiaanse wegen’. Stirling Moss en zijn bijrijder Denis Jenkinson wonnen deze race met een gemiddelde snelheid van maar liefst bijna 160 km/uur en dat over gewone tweebaans weggetjes!

http://crankhandleblog.nl

Het hieronder volgende indrukwekkende verhaal is ooit geschreven door Denis Jenkinson, befaamd Engels auto(sport)journalist, die vijf decennia actief was voor het Britse magazine MOTOR SPORT. Eén van de beste schrijvers wat autosport betreft volgens velen. Hij wist als geen ander de lezer te laten beleven wat zich op het asfalt had afgespeeld. Hij was een man die autosport ademde en als geen ander begreep. Daarnaast nam hij de lezer ook mee achter de schermen van de racewereld, zelfs bij fabrieken waar aan nog geheime race auto’s werd gewerkt. 

Jenks schreef op wat hij had waargenomen, letterlijk door zijn ogen meekijkend. Hij wist waar hij over schreef met een schat aan ervaring, waaronder een technische opleiding, waardoor hij de auto’s begreep. Hij is zelf enige tijd ook motorcoureur geweest en daarna zat hij in het zijspan om in 1949 als professioneel bakkenist het wereldkampioenschap zijspanracen met Eric Oliver te winnen. Dat maakte dat hij ook precies wist hoe de coureur moest denken en handelen.

Jenks had het hart op de tong en kende geen angst. Hij analyseerde alles met grote nauwkeurigheid, waarbij geen detail over het hoofd werd gezien. Als het gepast was gaf hij ook zijn opinie, die intelligent en doorgrond was. Hij was een gerespecteerd man en niet bang om kritiek te geven. Het leven van de gepassioneerde vrijgezel Jenks bestond uit rondreizen door Europa, van het ene circuit naar het andere.

Om terug te komen op het verhaal over de Mille Miglia van 1955: Jenkinson had geen tijd om de recordoverwinning te vieren, want hij moest direct beginnen met het schrijven van zijn verslag. In zijn kamer in de Albergo Brescia schreef hij het onderstaande spectaculaire raceverslag voor MOTOR SPORT. Het is vandaag de dag nog steeds een mysterie hoe hij erin is geslaagd de volledige race zo helder op te schrijven, terwijl hij zelf in de winnende auto’s zat. Zijn verslag ging in een envelop regelrecht naar het kantoor van MOTOR SPORT in Londen, waar het gelukkig veilig aankwam, want je moet er niet aan denken dat de Italiaanse posterijen per ongeluk het verhaal kwijt waren geraakt!

Genoeg inleiding, nu gaan we die envelop open maken!

Op 1 mei (1955) werd autosport-geschiedenis geschreven: Stirling Moss won als eerste Brit de 1600 kilometer lange Mille Miglia en mij was de eer te beurt gevallen naast hem te zitten tijdens deze heroïsche rit.

http://crankhandleblog.nl

Maar laat ons terug gaan naar het begin, want deze overwinning was geen toevalstreffer, maar het resultaat van een wekenlange, nee maandenlange voorbereiding. Ik volg de Mille Miglia al jaren, onder meer omdat het in deze race is toegestaan een passagier mee te laten rijden en allerhande straat-auto’s zijn toegelaten, variërend van sedans tot sportwagens en Grand Prix-achtige modellen. Vorig jaar mocht ik de bijzondere aantrekkingskracht van de Mille Miglia voor het eerst als deelnemer ervaren, in een HWM samen met Abecassis. Meteen daarna begon ik plannen te smeden voor deelname aan de editie van 1955.

Reguliere lezers van MOTOR SPORT zullen zich herinneren hoe ik vorig jaar enthousiast verslag deed van mijn korte ritje in een Maserati met Moss. Het was bij die gelegenheid dat ik hem vertelde dat ik graag weer aan de Mille Miglia zou deelnemen. In september kwam ik al pratend met de Amerikaanse coureur John Fitch tot de slotsom dat je als niet-Italiaan de Mille Miglia alleen maar kunt winnen via een wetenschappelijke benadering. Fitch koesterde de hoop deel uit te mogen maken van het officiële Mille Miglia-team van Mercedes-Benz, en we voerden lange gesprekken over manieren waarop de bijrijder als een soort van mechanisch brein zou kunnen fungeren, zodat de rijder het circuit niet hoefde te leren. Wanneer men zich realiseert dat de race ruim 1600 kilometer aan normale, niet speciaal geprepareerde Italiaanse wegen bestaat, met als enige concessies aan de racerij dat het traject voor de duur van de race vrij van verkeer wordt gehouden en dat de route in de bebouwde kom omzoomd is met strobalen, zal men begrijpen dat het ondoenlijk is voor één man om elke bocht, knik, bult, heuvel, glooiing en kruising te leren. Zelfs de beste Italiaanse coureurs, zoals Maglioli, Taruffi en Castellotti, kennen slechts stukken van het parcours op hun duimpje en moeten zich de hele race goed concentreren om te herinneren wat er volgt na een bocht of heuveltop.

In de voorbije winter maakte Moss, zoals genoegzaam bekend is, de overstap naar het Mercedes-Benz-team en oordeelde de Duitse fabrikant dat John Fitch niet in aanmerking kwam om voor hem de Mille Miglia te rijden, hoewel hij wel in het team voor Le Mans is opgenomen. Onze plannen leken derhalve tot mislukken gedoemd. Maar net voor Kerstmis belde Moss me met het verzoek om tijdens de Mille Miglia als passagier naast hem plaats te nemen in een Mercedes-Benz 300 SLR. Ik heb de uitnodiging onmiddellijk aanvaard en Fitch heeft heel sportief zijn goedkeuring uitgesproken over ons voornemen de Italianen de loef af te steken met Moss aan het stuur.

Toen ik Moss vroeg in het nieuwe jaar ontmoette om te overleggen over de Mille Miglia, had ik al een vastomlijnd plan van actie. Tijdens de lunch werd duidelijk dat Moss vergelijkbare ideeën had om de passagier te laten fungeren als een tweede brein dat zich om de navigatie bekommerde. Toen we onze kennis en ideeën begonnen te bundelen, konden we in korte tijd veel elementaire zaken doornemen. Uit drie eerdere Mille Miglia-deel-names met Jaguar had Moss een flinke hoeveelheid aantekeningen verzameld over hobbelige overwegen, blinde hellingen, gevaarlijke bochten en dergelijke. Aangezien ik op mijn beurt heel goed bekend ben met bepaalde delen van het traject, dekte deze schriftelijk vastgelegde informatie al zo’n kwart van het circuit.

Begin februari was Mercedes-Benz zover om met de oefensessies te beginnen, met als eerste uitje een testrit met de SLR. Een verslag van de tweede complete ronden die we aflegden, inclusief het ongeluk waardoor de auto zwaar beschadigd raakte, hebt u kunnen lezen in het maart-nummer van Motor Sport. Tijdens deze oefensessie maakte ik uitvoerig aantekeningen, die voor een deel Chinees leken aangezien het lastig schrijven is bij een tempo van 240 km/h. Maar zodra we halt hielden om te lunchen of om te overnachten, praatten we uitvoerig over de afgelegde route en schreven alle aantekeningen keurig uit. We richtten onze aandacht op plekken waar kans op schade aan de auto bestond, zoals hobbelige spoorwegovergangen, verzakkingen in de weg, slecht wegdek, tramrails enzovoorts. Vervolgens zetten we alle lastige bochten op papier, die we aanduidden met de termen ‘gewaagd’, ’riskant’ en ‘zeer gevaarlijk’, met een bijbehorend handgebaar om het type aan te geven. Daarna maakten we een notitie van gladde gedeelten, waarvoor we weer een ander handgebaar gebruikten. Moss gaf zijn interpretatie van de omstandigheden, terwijl ik met behulp van de kilometerpaaltjes en een plusje of minnetje de locatie aangaf. Onze taak werd aanzienlijk vergemakkelijkt doordat er langs Italiaanse wegen om de kilometer een steen staat met in grote zwarte cijfers een nummer erop.

http://crankhandleblog.nlNaast al die punten van het traject waar een foutje tot een ongeluk zou kunnen leiden (vele honderden), maakten we tevens een aantekening van alle lange rechte stukken en andere plekken waar we op topsnelheid konden rijden, zelfs als het zicht beperkt was. Ook dat waren er tientallen. Tijdens onze voorbereiding bleef Moss erop hameren dat het van het grootste belang was geen onjuiste aantekeningen te maken, bijvoorbeeld dat een verhoging in de weg op volle snelheid kan worden genomen, terwijl in werkelijkheid een krappe bocht naar links volgt. Ik vertelde hem dat hij zich daarover geen zorgen hoefde te maken, een ongeluk zou immers ook voor mij gevolgen hebben, aangezien ik naast hem in de auto zat. Na onze eerste oefensessie namen we alle aantekeningen opnieuw door en lieten ze in de juiste volgorde uittypen. Met een vriend ben ik urenlang bezig geweest alles te controleren en nog eens te controleren, totdat ik zeker wist dat er geen fouten in stonden.

Tijdens ons tweede bezoek aan Italië, om de route nog een paar keer te rijden, zetten we de puntjes op de i, waarbij sommige bochten als minder scherp en andere juist als scherper werden gekwalificeerd, temeer daar we nu de weg op papier kenden en daardoor veel sneller op bepaalde punten aankwamen dan tijdens onze vorige verkenning. In een volgende oefensessie maakte ik gedetailleerde aantekeningen van punten langs de route die ook herkenbaar zouden zijn als de omstandigheden minder gunstig waren, of het nu de zon was die ons in het gezicht scheen of het pijpenstelen regende. De Mercedes-Benz 220A sedan van Moss was hiervoor zeer geschikt; de wagen kon een kruissnelheid van 135 km/h goed aan en bood ons de mogelijkheid tegelijkertijd nadere details te bespreken.

Onze voorbereiding zat er nu nagenoeg op. We hadden zeventien pagina’s aantekeningen en Moss had voldoende vertrouwen in mij gekregen om blinde hellingen met 150-160 km/h te nemen. Hij geloofde me op mijn woord als ik zei dat de weg rechtdoor liep, hoewel hij toegaf niet helemaal zeker te weten of hij dat in de race ook zou doen bij een tempo van 275 km/h, hoe zeker ik ook leek van mijn zaak. Hij zei dat hij waarschijnlijk ietsje gas zou minderen tot 260 km/h, omdat hem dat iets meer op zijn gemak stelde! Maar als ik een fout maakte, zouden die 15 km/h in een crash geen verschil maken. Tijdens al onze testritten hielden we nauwkeurig onze tijden en rijgemiddelden bij, met snelheden die hier en daar schandalig waren en niet voor publicatie geschikt, maar de bedoeling was uit te vinden welke secties van de Mille Miglia het rijgemiddelde naar beneden haalden en punten te vinden waar we dat weer konden goedmaken. De verschillende gemiddelden in de 220A, 300 SL en 300 SLR gaven ons een interessant inzicht in hoe deze wegrace kon worden gewonnen of verloren.

Onze tweede testsessie eindigde opnieuw met een ongeluk, dit keer met een geplette 300 SL Coupé als resultaat. Italiaanse legertrucks slaan zonder waarschuwing af, zoals ook Engelsen dat doen. Nogal teneergeslagen vreesden we dat teamchef Nuebauer woedend zou worden als we hem het nieuws brachten van onze tweede crash, maar hij was alleen maar bezorgd over ons persoonlijke lot. De gecrashte auto was niet van belang; dergelijke dingen gebeurden wel vaker en het enige wat telde was het winnen van de Mille Miglia, ongeacht de kosten.

We vertrokken weer uit Italië voor een korte onderbreking en braken ons hoofd over elk mogelijk aspect dat maar in ons opkwam: de auto, de route, onze handgebaren (je kon je immers amper verstaanbaar maken in de lawaaiige 300 SLR), noodsituaties die zich mogelijk konden voordoen, punten waar we seconden tijdwinst konden pakken, nuttige dingen voor ons eigen comfort waarmee we de vermoeidheid konden tegengaan, et cetera. Het was Mille Miglia voor en na, niets werd aan het toeval overgelaten. Het mooie was dat Daimler-Benz ten aanzien van de mechanische aspecten precies hetzelfde deed. Onder supervisie van de ingenieurs Uhlenhaut, Kosteletzky en Werner werkte de raceafdeling onverdroten door, terwijl Neubauer zich om elk detail van de organisatie in Italië bekommerde. Wij staken dus ons hele kunnen in deze race, maar wisten dat dit te verwaarlozen viel vergeleken bij de inspanningen van de fabrikant.

Na pasen togen we naar Brescia voor onze derde en laatste testsessie. De technische afdeling had samen met onze collega’s in de andere 300 SLR’s, Karl Kling en Hans Herrmann, al een extra praktijktest achter de rug. Tijdens hun sessie hadden ze het prototype over het gedeelte van Rome naar Florence gejaagd, omdat dit het zwaarste gedeelte van het hele traject was. Er zijn hier weinig rechte stukken, maar de auto haalt er ruim 150 km/h gemiddeld en het chassis krijgt er ongenadig van langs. Aangezien de 265-liter tank vlak voor vertrek uit Rome zou worden afgetankt, zou technische malhuer vooral op dit deel van het traject op de loer liggen.

http://crankhandleblog.nlOnze aantekeningen over het parcours waren nu zo ongeveer perfect en ik schreef ze over op een rol papier van ruim 5 meter lang. Moss liet een aluminium kastje maken voor dit kaartrolsysteem en tijdens onze laatste testsessie maakte ik van deze machine gebruik, waarbij ik het papier van de onderste rol op de bovenste draaide en door een plexiglas venster de aantekeningen kon lezen. Met plakband werd alles zorgvuldig afgedicht, voor het geval het tijdens de race zou regenen.

Met een 300 SL werd het traject nog een keer volledig afgelegd als generale repetitie. De 300 SL was hiervoor zeer geschikt vanwege zijn topsnelheid van bijna 225 km/h, de uitstekende acceleratie en vergelijkbare omstandigheden als in de raceauto, terwijl we bovendien met elkaar konden praten als dat nodig was, hoewel we vrijwel alles met handgebaren deden, zo’n vijftien verschillende in totaal. Tijdens deze generale repetitie gebruikten we een amusante techniek op de rustigere stukken, vooral in de bergen, waar ik voor de ons liggende weg in de gaten hield via de zijramen en haarspeldbochten zelfs via de achterruit. Door steeds ‘ja’ te roepen als de weg vrij was, stelde ik Moss in staat om op 90% van het maximaal haalbare te rijden op dat stukje van de route. Vergeet niet dat alle oefensessies plaatshadden op normale Italiaanse wegen, die openbaar toegankelijk waren. Hoe amusant ook in onze ogen was deze techniek toch vooral nuttig, omdat Moss zo een idee kreeg hoe het met de wegen gesteld was als hij op racesnelheid reed.

De datum van de Mille Miglia naderde en overal langs de route zagen we steeds meer tekenen van het groeiende enthousiasme. Politiemannen sprongen van het trottoir, hielden het overige verkeer tegen en gebaren ons kruisingen over te steken met een opgewonden ‘Mille Miglia-via’. Voorbijgangers reageerden bijzonder opgetogen als ze Moss door de bocht zagen driften. Interessant om te zien hoe de gemiddelde Engelse liefhebber slechts zijn hoofd draait om een 300 SL na te kijken als die serieus op zijn staart getrapt wordt, terwijl Italianen, van loopjongen tot bankemployé, spontaan opspringen en druk gebarend een pirouette maken en vervolgens naar een ander punt rennen, in de hoop nog een glimp van de auto op te vangen.

http://crankhandleblog.nl

We voltooiden onze derde testsessie zonder schade, ofschoon de ‘oefen-300 SLR’ op het laatst de geest gaf. Deze wagen had minimaal het equivalent van zes Mille Miglia’s afgelegd in de handen van Moss, Fangio, Kling en Herrmann, de vier Mille Miglia-piloten van Mercedes-Benz.

Een week voor de race…

WORDT SPOEDIG VERVOLGD

Bronvermelding: Autovisie

Advertenties

Een gedachte over “10 UUR NAAST STIRLING MOSS DEEL 1

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s